Wonen in de ruimte: het internationaal ruimtestation ISS

Sinds november 2000 wonen en werken er permanent mensen in een ruimtestation, dat in een baan rond de aarde draait: het International Space Station, afgekort: ISS. Het ISS is een uniek project, dat veel samenwerking vraagt van de deelnemende landen. Het International Space Station is een basisplek voor veel ruimteonderzoek geworden.

 

Een ruimtelaboratorium

Het doen van onderzoek in de ruimte lijkt een wat ingewikkelde en dure manier van onderzoek. Toch is dit onderzoek van groot belang, omdat de omstandigheden in een baan rond de aarde uniek zijn. Onderzoek naar reacties en groeiprocessen in gewichtsloze toestand is uniek en kan nergens op aarde plaatsvinden. Ook bied het ruimtestation een ideale plaats voor het doen van waarnemingen, je hebt immers boven de dampkring geen last van verstoringen door de atmosfeer. Zo zijn er vele onderzoeken die beter in het ruimtestation kunnen worden gedaan.

 

Het eerste idee

Na de wedloop naar de Maan, die door de Verenigde Staten en de toenmalige Sovjet Unie werd gehouden en werd afgesloten met een geslaagde maanlanding in 1969, groeide het inzicht dat het doen van ruimteonderzoek voor afzonderlijke landen een kostbare en intensieve aangelegenheid was. Het zou allemaal heel wat goedkoper en efficiënter kunnen verlopen, als er meer samenwerking was. In 1982 opperde de Amerikaanse president Ronald Reagan als eerste het idee om een internationaal ruimtestation in gebruik te nemen, als opvolger van het Amerikaanse Skylab en het Russische Mir. Hoewel het er op dat moment niet van zou komen, werd doorgedacht over het mogelijke concept.

 

De eerste fase

In de jaren negentig rijpte het concept verder uit. De bedoeling was te komen tot een ruime internationale samenwerking, maar allereerst zou ervaring worden opgedaan door de twee grootste spelers op ruimtevaartgebied: De Verenigde Staten en Rusland. Deze fase, bekend onder de codenaam Phase One, dus: eerste fase, zou gebruik maken van de Russische Mir.

 

De tweede fase

Het voltooide ISS

Het voltooide ISS

Al snel bleek, dat de samenwerking niet alleen kans van slagen had, maar ook inderdaad internationaal kon worden uitgebouwd. In 1998 werden door zestien landen de nodige akkoorden ondertekend, het grootste internationale wetenschappelijke project uit de ruimtevaartgeschiedenis. Gekozen werd voor de naam ‘Internationaal Ruimtestation‘, dat in elke taal anders kon worden geschreven en afgekort. In Nederland gebruiken we meestal de Engelse aanduiding: International Space Station, afgekort tot ISS. De landen die aan het nieuwe project gingen meedoen:

  • België
  • Brazilië
  • Canada
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Frankrijk
  • Italië
  • Japan
  • Nederland
  • Noorwegen
  • Rusland
  • Spanje
  • Verenigd Koninkrijk
  • Verenigde Staten
  • Zweden
  • Zwitserland

Tijdens de tweede fase werd het ruimtestation gebouwd. Met elke lancering werd een stuk ruimtestation meegenomen en aan het al bestaande stuk station toegevoegd. In totaal waren er ruim vijftig lanceringen nodig alleen al om het ruimtestation compleet te maken.

 

De derde fase

In de derde fase is het ruimtestation geheel voltooid en wordt het permanent bewoond door elkaar aflossende bemanningen. Het zijn vooral wetenschappers, die enkele maanden in het ruimtestation verblijven om specifieke, op hun vakgebied liggende, experimenten uit te voeren.

 

Vervoer

Niet alleen de onderdelen van het ISS moeten in een baan om de aarde worden gebracht. Er moeten ook voorraden worden gebracht. En natuurlijk moeten de bemanningen veilig naar boven en weer naar beneden worden vervoerd. Hiervoor werden Amerikaanse en Russische vaartuigen gebruikt. Tot 2011 zette het Amerikaanse NASA de Spaceshuttles in, maar in dat jaar werden de resterende shuttles na een diensttijd van 25 jaar gepensioneerd. De toestellen waren inmiddels verouderd en er waren ook al twee noodlottige ongelukken gebeurd, waarbij de bemanningen om het leven kwamen. Vanaf dat moment kon alleen gebruik worden gemaakt van de Russische vaartuigen. In 2013 kwam daar de eerste commerciële partij bij: de SpaceX Dragon.

 

Bijdragen

De verschillende landen leveren niet allemaal een even groot aandeel. Sommige landen hebben speciale techniek ter beschikking gesteld, of juist vervoersmogelijkheden. Europese landen, die deelnemen in het Europese ruimtevaartprogramma, de ESA, leveren samen de grootste bijdrage. België en Nederland hebben onder meer bijgedragen aan de ontwikkeling van de Columbusmodule, een wetenschappelijk laboratorium, dat in 2008 aan ISS werd toegevoegd. Inmiddels hebben beide landen ook een bijdrage aan de bemanning geleverd: De Belg Frank de Winne was in 2009 twee maanden bemanningslid en zelfs de eerste gezagvoerder van het ISS die niet uit Amerika of Rusland kwam. In 2012 was de Nederlander André Kuipers een half jaar bemanningslid van het ISS.

 

Het ISS nu

In principe is het ISS afgebouwd. Het ISS draait op ongeveer 355 kilometer hoogte zijn rondjes rond de aarde. Soms, als de nadering van ruimteschroot gevaarlijk gesteente, het ISS zou kunnen bedreigen, kan het door middel van kleine raketjes tijdelijk in een aangepaste baan worden gebracht. Het station heeft een inhoud van ongeveer 574 kubieke meter, 52 meter lang, 93 meter breed en ruim 27 meter hoog. Daar komt nog een lengte aan 73 meter voor de zonnepanelen bij, die ISS van voldoende stroom moeten voorzien. Het ISS beweegt met een snelheid van bijna 28000 kilometer per uur in een baan rond de aarde, waar iets meer dan 91 minuten voor nodig is. Zonopkomsten en -ondergangen genoeg dus. Omdat het ISS elke dag ongeveer 100 meter daalt, als gevolgd van de inwerkende zwaartekracht, moet er dus ook elke dag worden gecorrigeerd.

 

Toekomst

Voorlopig wordt het ISS bemand tot 2020, misschien tot 2028. Vanaf dat moment zal het naar alle waarschijnlijkheid uit zijn baan worden begeleid tot het neerstort in de oceaan. Een andere optie is, om de onderdelen te hergebruiken voor een nieuw Russisch ruimtestation.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *