De Oost-Indische kers

In onze keuken worden tal van specerijen gebruikt, die aan ons voedsel een extra lekkere smaak geven. Een van deze specerijen is de Oost-Indische kers, die het ook in onze tuin prima doet.

 

Oost-Indische kers
Oost-Indische kers

Vreemde naam?

Een plant, die de naam Oost-Indische kers draagt, daarvan verwacht je waarschijnlijk dat deze een Oosterse herkomst heeft, wellicht India of Indonesië. Mis! De herkomst van de Oost-Indische kers ligt aan de andere kant van de wereld, in Midden- en Zuid-Amerika. Ontdekkingsreizigers die in de zestiende eeuw vanuit Europa het de nieuwe wereld exploreerden zagen en proefden de plant, waarop ze hem meteen mee terug naar huis namen. De oorzaak ligt in de licht-peperige smaak. Aangezien in die tijd alle specerijen uit het Oosten kwamen, is misschien uit marketing-overwegingen de plant Oost-Indische kers gaan heten. Specerijen uit andere delen van de wereld dan het Oosten waren welkom, de concurrentie op tochten naar het Oosten was groot.

 

De Oost-Indische kers in Europa

Misschien jammer voor diegenen die gehoopt hadden op groot geld, door de Oost-Indische kers exclusief uit Amerika aan te voeren, maar de plant bleek het in Europa uitstekend te doen.

 

In de eigen tuin

Wie zelf met specerijen uit eigen tuin aan de slag wil, biedt de Oost-Indische kers prima mogelijkheden. Kies een stukje grond waar het allemaal moet gaan gebeuren en maak het vrij van onkruid. De plant doet het goed op veel grondsoorten, als het maar niet te nat is. De beste zaaitijd is in het voorjaar, in maart of april. Druk de zaadjes voorzichtig in de grond, waarbij je een onderlinge afstand van dertig tot veertig centimeter aanhoudt. De plant heeft wat ruimte in de breedte nodig! Als er later in het jaar wordt gezaaid, zal de plant ook groeien, maar pas in het erop volgende jaar tot bloei komen.

 

Hoera, hij trekt ongedierte aan…

De Oost-Indische kers wordt graag bezocht door bladluis of rupsen, zoals van het koolwitje. Normaal gesproken is dat niet zo handig, maar de plant overleeft dat in de tuin wel. In de commerciële tuinbouw wordt de Oost-Indische kers vaak met opzet tussen de planten gezet, waar het de kweker wel om gaat. Bijvoorbeeld diverse koolsoorten. Het ongedierte blijft dan mooi bij die planten weg, om op de Oost-Indische kers neer te strijken.

 

Plukken

Je kunt van de plant diverse onderdelen gebruiken: het blad, de bloem en ook de zaden. Als zich bloemen hebben gevormd, kun je dus aan het plukken slaan. Ben een beetje voorzichtig en pluk niet meteen teveel. De plant moet zich van je plukactiviteiten kunnen herstellen en weer nieuwe twijgen kunnen ontwikkelen. Als je na de bloei de zaadjes verzamelt, kun je die in het volgende voorjaar weer gebruiken. Als je de plant gewoon bloeien en de bloemen of zaden niet plukt, dan zaait de plant zichzelf uit. Het volgend jaar zal dus op dezelfde plaats, maar dan wat groter, Oost-Indische kers verschijnen. Tenzij je natuurlijk erg fanatiek met de schoffel aan het werk gaat.

 

Het gebruik van de Oost-Indische kers

Bloemen, zaden en bladeren van de plant zijn eetbaar en hebben een licht peperige smaak, die een beetje aan waterkers doet denken. In salades geven de blaadjes een verrassend effect. Vanwege de licht-peperige smaak, delen sommige mensen de Oost-Indische kers in bij de specerijen.

Eén gedachte over “De Oost-Indische kers”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.