De Vrede van Utrecht (1713)

De Vrede van Utrecht, die in 1713 werd gesloten, markeerde een eind aan anderhalve eeuw van oorlog. Verschillende partijen waren betrokken, ook om het machtsevenwicht zo goed mogelijk te behouden. Het verdrag werd gesloten in Utrecht, zonder dat de toenmalige Republiek daar overigens veel in te zeggen had.

Godsdienstoorlogen

De zestiende en zeventiende eeuw werden in Europa gekenmerkt door godsdienstoorlogen. Op opkomst van het protestantisme, volgens de leer van Luther of Calvijn, had heftige effecten gehad. Heersers meenden te kunnen bepalen welke godsdienst door de onderdanen aangehangen diende te worden. Omdat juist in de periode er veel mis was binnen de katholieke kerk, konden veel mensen zich daar niet in vinden, en stapten over naar de protestante kerken. Vaak gingen, onder aanvoering van de pastoor, hele dorpsgemeenschappen massaal over naar de Lutherse kerk. Dwangmaatregelen van de vorsten konden dit niet stoppen. Twee eeuwen strijd was het gevolg. Een ander gevolg was de afscheiding van de Noordelijke Nederlanden van de Spaanse koning en het Duitse rijk. De Nederlanden gingen als Republiek der Zeven Verenigde Provinciën verder. In 1648 werd e.e.a. in de Vrede van Munster geregeld. Toch bleven daar genoeg open eindjes over, er was nog geen echt machtsevenwicht in Europa tot stand gekomen. Ook de nieuwe Republiek bleef verwikkeld in vijandelijkheden, op zee, of op het eigen grondgebied.

Spaanse Successieoorlog

De Spaanse koning Karel II was in 1700 gestorven, zonder een erfgenaam na te laten. Hoewel hij zelf wel een troonopvolger had aangewezen, Filips van Anjou, werd dit door koning Lodewijk XIV van Frankrijk en keizer Leopold I van het Rooms-Duitse rijk bestreden. Zij vonden dat hun respectievelijke families meer recht hadden op de Spaanse troon. De Europese staten verenigden zich in een drietal landen of coalities, die vanaf 1701 elkaar ook gewapend bestreden:

  • Spanje
  • Frankrijk
  • De coalitie van Groot-Brittannië, Portugal, Savoie en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Nederlandse stadhouder Willem III van Oranje was in deze periode tevens koning van Groot-Brittannië

Deze oorlog wordt de Spaanse Successieoorlog genoemd.

Onderhandelen

Rond 1710 begreep Lodewijk XIV dat het hem niet zou lukken de overhand te halen en was bereid tot het aangaan van onderhandelen. Ook de Nederlands-Britse coalitie was tot het inzicht gekomen, dat de strijd beter gestaakt kon worden. Ze begrepen ook, dat de Franse koning alleen tot onderhandelen bereid zou zijn, als hij zich eervol uit de strijd kon terugtrekken. Er zou een oplossing moeten komen, waarmee alle partijen konden leven, om te voorkomen dat de strijd opnieuw zou oplaaien.

Utrecht

Er zou onderhandeld moeten worden in een stad en land, die deel uitmaakte van een van de strijdende partijen, zonder dat daar teveel politiek gewicht aan gehecht kon worden. Hoewel de Republiek deel uitmaakte van de coalitie, was hiervan de politieke macht tanende. De Gouden Eeuw was ten einde, de tijd als grootmacht afgelopen. Een stad in de Republiek was daarom voor alle partijen acceptabel. De keuze viel op Utrecht, misschien omdat de Franse koning hier geen slechte herinneringen aan had, en het volkssentiment niet Oranjegezind. Men sprak onder elkaar in het Frans, wat hiermee tot het eind van de Eerste Wereldoorlog de belangrijkste diplomatieke taal zou zijn.

Begin van de onderhandelingen

In 1712 gingen de onderhandelingen van start. Hoezeer de Nederlandse rol als grootmacht was uitgespeeld bleek wel, de Republiek was bij de onderhandelingen niet vertegenwoordig. Zoals de Franse onderhandelaar het fijntjes uitdrukte: Wij onderhandelen bij u, over u, maar zonder u. In april 1713 werd de vrede van Utrecht getekend.

Uitkomsten

Het verdrag van de Vrede van Utrecht (1713). In twee talen.
Het verdrag van de Vrede van Utrecht (1713). In twee talen (Spaans, Engels)

In de vrede van Utrecht van 1713 (voor Oostenrijk werden de verdragen getekend in 1714) betekende een nieuw machtsevenwicht, en een hernieuwde verdeling van Europa. In het kort werd besloten:

  1. Het testament van Karel II van Spanje werd bevestigd. Filips V van Anjou werd koning van Spanje, maar werd voor de toekomst uitgesloten van de Franse troon.
  2. Karel VI van Oostenrijk moest zijn aanspraken op Spanje laten vallen, maar kreeg hiervoor in de plaats de Zuidelijke Nederlanden, die vanaf dat moment de Oostenrijkse Nederlanden werden genoemd.
  3. Karel VI van Oostenrijk ontving tevens Milaan, Napels en Sardinië.
  4. Groot-Brittanië kreeg Gibraltar en Minorca, en beheerste hiermee de toegang tot de Middellandse Zee. Het tegenwoordige Spanje zou Gibraltar weer heel graag Spaans maken, maar dat wordt door de hedendaagse bevolking en de Britse regering tot op dit moment succesvol afgehouden.
  5. Franse koloniën in Noord-Amerika kwamen in Britse handen, o.a. Newfoundland, het gebied van de Hudsonbaai.
  6. Het monopolie op de slavenhanden in Zuid-Amerika en de Caraïbische eilanden kwam ook in Britse handen.
  7. De Republiek der Zeven Verenigde Provinciën verloor het machtsoverwicht op zee, en misten hun aanspraken op de Zuidelijke Nederlanden. In de vorm van een aantal Barrièresteden kregen ze wel steunpunten in de Zuidelijke Nederlanden, ter verhoging van de eigen veiligheid.
  8. Savoye kreeg het koninkrijk Sicilië en vormde hiermee een nieuw koninkrijk.

Kunst en cultuur

Voor de stad Utrecht waren de onderhandelingen een flinke economische en culturele impuls. Een jaar lang verbleven tal van topdiplomaten en hoogwaardigheidsbekleders in de stad. Allerlei kunstenaars kwamen op dit tijdelijke machtshoofdkwartier af.