Spelen op de blokfluit: de blokfluitgrepen

Blokfluitmuziek spelen is leuk! Het is natuurlijk wel handig als je weet hoe je alle noten moet spelen. Een grepentabel, een overzicht van alle blokfluitgrepen kan dan van pas komen!

Blokfluit

Het aardige van de blokfluitfamilie is, dat de grepen op alle leden van de familie nagenoeg hetzelfde zijn. Bij alle in c gestemde blokfluiten hoor je een g als je de bovenste drie gaten sluit. Doe je datzelfde op een in f-gestemde blokfluit, dan hoor je steeds een c. In de tabel hieronder zie je daarom bij elke greep twee aanduidingen, welke noot je hebt gespeeld op een c- of een f-instrument.

Dubbele boring

Er komen verschillende boringen voor bij de blokfluiten. Bij het vingergat van de ringvinger en pink van de rechterhand zitten twéé gaatjes. Door er slechts één van te sluiten, kun je halve noten spelen. Door de extra gaten klinken andere tonen soms anders en moeten er soms andere grepen worden gebruikt. Op de afbeeldingen in de tabel zie je steeds die twee gaatjes. Voor de enkelborige fluiten tellen die als één gat. Halve noten spelen zonder de dubbele gaatjes is soms alleen mogelijk door een gat slechts gedeeltelijk te sluiten.

Gebruik je oren!

De grepentabel hieronder geeft een overzicht van de meest gebruikte grepen. Houd er daarbij rekening mee, dat elk merk blokfluit, of zelfs elk individueel instrument, kan afwijken van het gemiddelde. Gebruik je oren! Als een toon niet zuiver klinkt, moet je kijken of je een alternatieve greep moet gebruiken. Weet je die geen, experimenteer dan met het plaatsen of loslaten van een bepaalde vinger. Als je je eigen oren onvoldoende vertrouwt, gebruik dan een stemapparaat. Voor een iPhone, iPad of Android-toestel zijn er apps, die je als stemapparaat kunt gebruiken.

Tabel

Van laag naar hoog:

C-instr. c cis
des
d dis
es
e f fis
ges
g gis
as
Greep c cis d dis e f fis g gis
F-instr f fis
ges
g gis
as
a ais
bes
b c Cis
des
alternatieve greep           fdb      
C-instr.  a ais
bes
b c cis
des
dis
es 
 f
Greep a bes b c2 cis2 d2  dis2 e2 f2
F-instr  d dis
es
fis
ges
 g gis
as 
ais
bes 
Alternatieve greep besssbess f2a
C-instr. fis
ges
 g gis
as
 a ais
bes
 b  c   d
Greep fis2 g2 gis2 a2 bes2 b2 c3 d3
F-instr  b  c cis
des
d dis
es
e  f    g

Muziekinstrumenten: Blokfluiten

Lang is de blokfluit een ideaal instrument geweest voor de beginnende muzikant. Ook op lessen AMV (Algemene Muzikale Vorming) werd de blokfluit dankbaar ingezet. Voordeel: kinderen hadden snel resultaat. Maar er was ook een nadeel: de blokfluit werd meer en meer beschouwd als een leer-instrument, dat er in de wereld van de muziek eigenlijk niet toe deed. Fout, natuurlijk. De geoefende speler kan met zijn blokfluit zijn publiek betoveren.

 

Historie van de blokfluit

Hoewel de blokfluit, of zijn directe voorouder, waarschijnlijk al veel langer heeft bestaan, werden de eerste beschrijvingen van het instrument pas ongeveer vanaf de veertiende eeuw op schrift gesteld. Vreemd is dat niet, het schrift werd in die periode meer gebruikt voor kerkelijke of staatkundige zaken, dan voor frivole onderwerpen, zoals de muziek. Boeken over de blokfluit werden in 1511, door Sebastian Virdung en later in 1535 door Silvestro Ganassi geschreven.

 

Naamgeving muziekinstrument

De naam blokfluit heeft het muziekinstrument pas gekregen aan het begin van de twintigste eeuw. De blokfluit maakte een soort van revival mee, toen het grote publiek het instrument weer herontdekte. Vóór de naam blokfluit in zwang raakte, werden andere namen gebruikt:

  • De snavelfluit. Deze naam werd ingegeven door de vorm van het mondstuk.
  • De vlakfluit
  • De handfluit.
  • De bekfluit. Deze naam is ‘verwant’ aan de snavelfluit, en is ook ingegeven door de bekvorm van het mondstuk. Het is ook mogelijk, dat deze naam is afgeleid van de Franse naam voor blokfluit: Flûte à bec.
  • De gemene fluit. Heeft niets te maken met het karakter! In het Oud-Nederlands was ‘gemene’ een normaal woord, dat ‘gewone’ betekende. De gemene fluit is dus heel simpel: de gewone fluit. Dit om hem te onderscheiden van de dwarsfluit.

 

Opbouw van de fluit

Een blokfluit bestaat meestal uit twee of drie delen: de kop, het middendeel en tenslotte de voet. Hoger gestemde blokfluiten, zoals de sopraan-blokfluit en de sopranino, hebben doorgaans maar twee delen, bij deze instrumenten zijn voet en middendeel tot één deel gecombineerd. Je kunt de delen in elkaar schuiven, door de ‘tap’ in de ‘tapholte’ te schuiven. Om meer grip te hebben en ervoor te zorgen, dat de delen niet onverwacht uit elkaar schuiven, zijn de taps voorzien van ofwel een kurklaagje, ofwel een wikkeling van garen. Op het middendeel vind je de vingergaten, waarvan er één aan de onderkant zit: het duimgat. Aan de bovenkant zitten nog eens zeven gaten. Heeft een blokfluit barokboring, dan zijn de onderste twee gaten dubbel uitgevoerd. Hierdoor kunnen ook halve tonen enigszins zuiver gespeeld worden. Op grotere, lager gestemde blokfluiten, zoals tenor en bas, komen de onderste vingergaten te ver uit elkaar zitten om te kunnen bespelen. Daarom wordt voor de lagere instrumenten gebruik gemaakt van kleppen.

 

Vingergaten

Je maakt verschillende tonen door gaten te openen of te sluiten. De linkerhand ligt hierbij ‘boven’, ofwel: het dichtst bij het mondstuk. Wijsvinger, middelvinger en ringvinger van de linkerhand openen of sluiten de drie bovenste gaten. De duim van de linkerhand sluit, soms gedeeltelijk, het duimgat aan de onderzijde. Van de rechterhand komen wijsvinger, middelvinger, ringvinger én pink in actie. De rechterduim sluit geen gaten, maar helpt de fluit stabiel te houden.

 

Toonvorming op de blokfluit

Blokfluitkoppen
Blokfluitkoppen

Je ziet op het plaatje een afbeelding van de kop van een blokfluit. Het mondstuk is aan de zijkant goed te zien, het stukje met donkerder kleur is het blok, waar de fluit naar genoemd is. Aan de bovenkant zie je het venster en het labium. Je blaast lucht door het mondstuk, die vervolgens door de kernspleet gaat en in het venster tegen de zijrand van het labium komt. Hierdoor wordt de lucht in trilling gebracht en hoor je een toon. De lucht vervolgt zijn weg door de fluit. Zijn alle vingergaten gesloten, dan heeft de weg een langere weg af te leggen en klinkt er een lage toon. Door vingergaten te openen, klinkt er een hogere toon. Door ‘over te blazen’, dat wil zeggen dat je harder blaast, kun je nog hogere tonen maken. Hierbij wordt het duimgat een klein beetje geopend, zodat de luchtkolom in de fluit een andere lengte krijgt.

 

Onderhoud

Het is onvermijdelijk, dat bij het blokfluiten de fluit vochtig wordt. En soms méér dan dat. Als de kernspleet vol met vocht en vuiligheid komt te zitten, zal de toonvorming worden verstoord. De fluit gaat dof klinken en tonen willen zelfs helemaal niet lukken. Vocht is eenvoudig te verwijderen door de fluit even door te blazen. Leg een vinger op het venster, zodat er geen lucht kan ontsnappen én geen toon wordt gevormd. Blaas de fluit even krachtig door. Hierna kun je weer doorspelen. Zorg dat de fluit na gebruik wordt gedroogd of laat hem uitwasemen. Leg de vochtige fluit niet zomaar strak ingepakt weg, geef schimmels geen kans.

 

Familie

Zoals zoveel blaasinstrumenten, is er ook van de blokfluit een hele familie. De kleinere leden van de familie kunnen slechts kleine luchtkolom bevatten, dus hogere tonen. De grotere familieleden bevatten langere luchtkolommen en klinken dus lager.

 

Familieoverzicht

Familielid

Gestemd in

Garkleinflötlein (letterlijk: het héle kleine fluitje) c3
Sopranino-blokfluit f2
Sopraan-blokfluit c2
Alt-blokfluit f1
Tenor-blokfluit c1
Bas-blokfluit f
Grootbas-blokfluit c
Contrabas-blokfluit F
Subgrootbas-blokfluit C (Sub: octaaf lager dan de grootbas)
Subcontrabas-blokfluit F (Sub: octaaf lager dan de contrabas)

 

Bereik

Toonbereik blokfluit
Toonbereik blokfluit

Elke blokfluit kan twee de tonen van twee octaven spelen, meestal met één toontje extra. Het bereik van de instrumenten overlapt elkaar. Een sopraanblokfluit speelt vier tonen hoger dan een altblokfluit. Een sopranino is weer drie tonen hoger dan een sopraan. Je ziet dat de familieleden steeds om en om een octaaf van elkaar verschillen. In het plaatje zie je het bereik van de verschillende instrumenten in beeld, en zie je de overlap en het octaafverschil beter in beeld.

De familieleden in het midden van de tabel zie je vaker, de hele grote, laag klinkende sub-basinstrumenten of de hele kleine garfkleinflötlein wat minder.

Alternatieve stemmingen

Tegenwoordig is de stemming van de verschillende blokfluitleden gestandaardiseerd. Dat is wel zo handig. In het verleden zijn er ook blokfluiten met een andere stemming geweest, bijvoorbeeld gestemd in d, g of bes.

 

Genoeg te doen

Er is veel muziek gemaakt voor de blokfluit. De alleroudste muziek komt uit het eind van de middeleeuwen en het begin van de renaissance. Het schrijven voor de blokfluit is toen niet opgehouden, er zijn hele bibliotheken beschikbaar. Als je zelf blokfluit leert spelen, dan heb je genoeg keuze. Het wordt natuurlijk vooral leuk, als je met meerdere mensen samen speelt. Er is ook genoeg meerstemmige muziek, geschreven voor kleiner of groter blokfluitensemble. Er is meer dan genoeg te doen!

 

Blokfluitgrepen

Om de juiste tonen te spelen moet je de goede grepen toepassen. Ofwel, de juiste gaatjes moeten dicht of open zijn. Een overzicht van de blokfluitgrepen vindt je via deze link.

 

 

Bron(nen):
  • Muziek onder woorden (1977, Kluwerpers)
  • Reinaert Systematische Encyclopedie, deel 19 ‘Muziek’
  • www.blokfluitpagina.nl
  • www.muziekindex.nl