Het graafschap Megen

Deel deze bijdrage:

Mijn vader is in 1921 geboren in Megen, een klein stadje net boven Oss (tegenwoordig ook gemeente Oss). Zijn vader, mijn opa, is ook in Megen geboren, in 1878.  En dat geldt ook voor een stuk of tien generaties voor hem. Ergens in de familielijn is er ongetwijfeld iemand die van de plaats Gemert naar Megen verhuisde om er te komen wonen, maar dat moet dan toch ergens vóór 1560 zijn geweest.

Voor mijn familie ‘Van Gemert’ is Megen dus minstens een dikke 400 jaar ‘thuis’ geweest, reden om eens extra in de geschiedenis van dit stadje te duiken. En dat leidt meteen tot verrassende ontdekkingen. Megen behoort pas sinds de Franse tijd tot wat we nu ‘Nederland’ noemen. Daarvoor was het een zelfstandig en onafhankelijk graafschap, ingeklemd tussen de Meierij van ‘s-Hertogenbosch en het kwartier van Maasland in het zuiden, Oijen in het westen, het Land van Ravenstein in het oosten en de rivier de Maas in het noorden.

Waar ligt Megen?

Megen is een oud en rustig stadje, gelegen in Noord-Brabant, aan de zuidzijde van de Maas, net ten noorden van Oss. Megen heeft een lange en interessante geschiedenis. Tot 1994 vormde Megen met de omliggende plaatsen Macharen, Haren en Teeffelen een zelfstandige gemeente. Voor 1794 vormden deze zelfde plaatsen samen het Graafschap Megen. Technisch gesproken behoorden deze plaatsen niet tot het gewest Brabant en zelfs niet tot het grondgebied van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waartoe het omliggende land wel behoorde.

Door een gemeentelijke herindeling, op 1 januari 1994, behoort Megen, opnieuw met de omliggende plaatsen Macharen, Haren en Teeffelen, tot de gemeente Oss.

De oudste bewoners

Over de oorsprong van de naam Megen wordt nog getwijfeld. Wellicht is de naam van Keltische oorsprong met de betekenis van ‘doorwaardbare plaats’. Het zou ook kunnen dat de oorsprong van de naam ligt in het Gallo-Romaanse ‘magus’. In dat geval zou het de betekenis hebben van ‘markt’ of ‘veld’.

Archeologisch onderzoek heeft Germaanse urnen en Romeinse munten aan het licht gebracht, wat duidelijk maakt dat de streek rond het begin van onze jaartelling bewoond was. De ligging aan de Maas, wat toch altijd een strategisch voordeel kan zijn, maakt aannemelijk dat de streek sinds die tijd ook bewoond is gebleven. Teksten of vondsten die dat zouden kunnen bewijzen zijn echter nog niet aangetroffen.

De vroegste vermelding van Megen in officiële documenten dateert uit 721-722. In die tijd schonk graaf Ebroin horigen en goederen uit Meginum aan de kerk Rindern in de gouw Duffel. De eerste die als graaf van Megen in de boeken staat was graaf Alardus, genoemd in een schenkingsacte uit 1145. Omdat er geen documenten zijn aangetroffen die de periode daarvoor betreffen is het niet mogelijk om met zekerheid te zeggen of Alardus de allereerste graaf van Megen was, of dat er nog eerder graven van Megen waren.

Het is mogelijk dat het Land van Megen is ontstaan uit een erfelijk geworden schoutambt, maar zekerheid hierover ontbreekt.  Het graafschap Megen was een aparte, soevereine heerlijkheid, ingeklemd tussen het kwartier van Maasland, de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, Oijen, het Land van Ravenstein en in het noorden daarvan: de Maas.

Open huis voor de hertog van Brabant

Huwelijken, veroveringen, testamenten en intriges konden ervoor zorgen dat gebieden (of delen daarvan) in andere handen overgingen. Het was gebruikelijk dat machthebbers van landen regelmatig met belangstelling naar de gebieden van de buren keken. Zo had het Hertogdom Brabant er altijd belangstelling voor om alle gebieden tot aan de Maas (en liefst nog verder noordelijk) te controleren. Enige druk werd daarbij niet geschroomd en zo kreeg Hertog Jan III van Brabant het voor elkaar dat in 1343 Jan, graaf van Megen en diens zoon Willem hun kasteel tot open huis verklaarden voor de hertog. Dat betekende niet dat het hele graafschap nu van de hertog afhankelijk werd, maar het is duidelijk dat de hertog wel degelijk enige invloed had.

Status van Megen

Halverwege de veertiende eeuw, in 1357, kreeg Megen stadsrechten. Ook de status van de omliggende dorpen die eveneens tot het graafschap behoorden, Teeffelen, Macharen en Haren, werd bevestigd. Deze plaatsen kregen in 1408 hun dorpskeur. De vrijheden en rechten van de graaf van Megen werden in 1442 door keizer Frederik bevestigd.

Een graafschap in de verkoop

Het graafschap was het persoonlijk bezit van de graaf en kon dus ook worden verkocht. Dat gebeurde in 1469, toen gravenfamilie Dicbier het graafschap verkocht aan het geslacht Brimeu. In de verkoopacte werd beschreven waar dit zoal om ging:

“die grefscap ende herlicheit tslot stad ende land van megen metten herlicheiden hooge middelen en leghe collatien van benefitien den rechten van den beden ende hulpen vanden tollen passagien wateren visscherien vogelrien waranden hynnen manscapen laetscapen verbuerten kuren brueken opcomingen vervallen ende allen anderen hueren toegehoiren daerinne.”

Het geslacht Brimeu

Het graafschap Megen stond tussen 1469 en 1605 onder leiding van een telg van het geslacht Brimeu. De graven bevonden zich overigens over het algemeen in het ‘buitenland’, dus buiten het graafschap zelf. De bekendste graaf van Megen was Karel van Brimeu (Charles de Brimeu), die in 1556 tot ridder van het Gulden Vlies werd geslagen. In datzelfde jaar werd hij stadhouder van Luxemburg, in 1558 stadhouder van Henegouwen en in 1560 stadhouder van Gelre en Zutphen. Aanvankelijk koos hij partij voor Willem van Oranje in diens conflict met het Spaanse gezag, maar vanaf 1566 steunde hij de Spaanse koning Philips II. Karel had geen kinderen en na zijn overlijden in 1572 erfde zijn nicht Maria de Brimeu het graafschap. Van de beroemde graaf Karel de Brimeu staat in Megen, tegenover het oude stadhuis, een standbeeld.

Geslacht van Croy

In 1611 kwam het graafschap in handen van Frans Hendrik van Croy. Niet zonder slag of stoot, er waren moeilijkheden rond de opvolging waarbij een uitspraak van het Souvereine Leenhof van Brabant noodzakelijk was. Tijdens de regeerperiode van Frans Albert (zoon van Frans Hendrik) keerden gevluchte kloosterzusters in Haren naar hun klooster terug. De volgende graaf, Albert Frans, gaf in 1645 toestemming aan de minderbroeders (paters Franciscanen) om in Megen een klooster te bouwen met een kerk en een Latijnse school. Klooster en kerk bestaan nog steeds, de Latijnse school niet meer.

Hoe zit dat met de soevereiniteit?

In 1581 ging het kasteel van Megen door een brand verloren. Ook de hier bewaarde rechtstitels gingen in vlammen op. Dat betekende dat in het hele graafschap geen echt bewijs meer voorhanden was dat het gebied werkelijk autonoom was. Vooral de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden voerde na afloop van de Tachtigjarige Oorlog de druk op om het gebied in te lijven. Het duurde tot 1676, toen kreeg de graaf bij de Raad van Brabant in Brussel het nodige bewijs van soevereiniteit in de vorm van een acte. Het zou tot 1683 duren, toen werd in een resolutie van de Staten-Generaal de Megense soevereiniteit vastgelegd. Soms moet je een lange adem hebben…

Het afgebrande kasteel werd niet herbouwd, op de fundamenten is later het klooster gebouwd van de zusters Clarissen. Dit klooster bestaat nog steeds (foto).

Geslachten van Vehlen, van Neuburg, Schall tot Bell

Het graafschap werd in 1665 opnieuw verkocht. Alexander, graaf van Vehlen, werd de nieuwe eigenaar. Het graafschap zou nu tot het begin van de Franse tijd in 1794 in Duitse handen blijven.

In 1697 kwam het graafschap door verkoop in handen van Johan Wilhelm, hertog van Neuburg. Deze hertog was ook al heer van het buurland, Land van Ravenstein.

Weer dertig jaar later kwam het graafschap, opnieuw door verkoop, in handen van Maximilliaan Henrich Schall tot Bell. Dit gravengeslacht zou het laatste zijn dat Megen in handen had.

Departement van de Roer, Bataafse Republiek, Koninkrijk Holland, Frankrijk

Vanaf 1794 braken er roerige tijden aan. Franse legers trokken vanuit het zuiden de Republiek binnen. In ‘s-Hertogenbosch kwam een voorlopig bestuur om de veroverde Zuidelijke Nederlanden te besturen. Het Land van Ravenstein werd met het Graafschap Megen en enkele andere Heerlijkheden in Brabant onder Frans bestuur geplaatst in het Departement van de Roer. Vanaf 1800 maken al deze gebieden deel uit van de Bataafse Republiek, vanaf 1806 van het Koninkrijk Holland en vanaf 1810 werd dit koninkrijk Holland ingelijfd in het Franse keizerrijk.

Het Koninkrijk der Nederlanden

Nadat Napoleon definitief was verslagen werden de Nederlanden opnieuw verdeeld en ingedeeld. De toenmalige Europese machthebbers vonden het belangrijk dat er ten Noorden van Frankrijk een sterk land zou zijn om eventuele Franse veroveringszucht te temperen. De Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden werden daarom samengebracht in het Koninkrijk der Nederlanden met koning Willem I op de troon. De verschillen waren echter te groot, het nieuwe koninkrijk was in deze vorm ook geen lang leven beschoren en het werd in 1830 (en definitief in 1839) gesplitst in een Koninkrijk België en een Koninkrijk der Nederlanden. Het voormalige Graafschap Megen en ook andere voormalige Heerlijkheden zoals het Land van Ravenstein vielen definitief onder het Koninkrijk der Nederlanden.

Gemeente Megen

Binnen het nieuwe koninkrijk werd Megen de hoofdplaats van de nieuwe gemeente, waartoe ook de andere dorpen van het voormalige graafschap behoorden: Macharen, Haren, Teeffelen. In 1994 werd het hele voormalige graafschap, als gevolg van een gemeentelijke herindeling, toegevoegd aan de gemeente Oss.

Het tegenwoordige Megen

Wie Megen vanaf de Maasdijk bereikt ziet al van verre de oude Gevangentoren. Hier kun je het stadje binnenlopen. Het oude stadje is mooi bewaard gebleven en ademt nog rust en de sfeer van vroeger. Er zijn rustige straatjes, bestraat met kinderkopjes. 
Vlak bij de Gevangentoren vind je het klooster van de Franciscanen met de kloosterkerk en met een grote ommuurde kloostertuin. Tegenover het klooster zie je het gebouw waarin vroeger de Latijnse School te vinden was. 

Weer een eindje verderop vind je de Dr. Baptiststraat, waar ook een standbeeld van de beroemde Megense dokter Baptist te vinden was. De voormalige Putstraat heeft, ter zijner eer, ook zijn naam gekregen.

Kom je toevallig in de buurt? Het stadje is zeker de moeite waard om eens een bezoekje aan te brengen. Dat geldt ook voor nabijgelegen dorpen en steden, zoals bijvoorbeeld Ravenstein.

4 comments

  1. Mooie omgeving, ik heb daar veel gefietst. Mijn roots liggen in de omgeving van Wijchen (vaders kant) Moeders kant was naar Oss verhuisd. Leuke route om te doen! (langs Megen dus)

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.